NEN Normen

Wat verstaan we onder de NEN 1014 en NEN-EN-IEC-62305?


Een bliksembeveiligingsinstallatie beschermt een pand tegen de gevolgen van blikseminslag. Een blikseminstallatie bestaat uit twee gedeelte: De uitwendige- en de inwendige blikseminstallatie.

  • De uitwendige blikseminstallatie bestaat uit: de opvanginrichting, de leidingen en het aardingssysteem.
  • De opvanginrichtingen bestaat uit staven en pieken waar de bliksem op moet inslaan. leidingen voor het transporteren van de bliksemstroom. Het aardingssystemen geleid de bliksemstroom naar de aarde toe.
  • De Inwendige blikseminstallaties zorgen als aanvulling op de uitwendige bliksembeveiliging, dat de invloed van de bliksemstroom op installaties en dus ook elektrische en elektronische apparaten in het gebouw beperkt wordt. Tevens wordt voorkomen dat gevaarlijke hoge spanningen ontstaan.

NEN 1014 is de "oude" norm voor bliksembeveiliging, vanaf 2009 wordt met nieuwe installatie gewerkt met de NEN-EN-IEC-62305. De bestaande installaties worden nog steeds gekeurd volgens NEN 1014.


De normen zijn van toepassing op het ontwerpen, aanleggen en onderhouden van nieuwe en bestaande blikseminstallaties. De normen beschrijven maatregelen om de gevolgen van blikseminslag zo veel mogelijk te beperken, rekening houdend met bouwkundige, esthetische en economische factoren.


De norm bevat:

  • niet-technisch, algemene omschrijvingen en beschouwingen die noodzakelijk zijn om het technische gedeelte te kunnen hanteren en
  • de technische regels voor het ontwerpen, aanleggen en onderhouden van blikseminstallaties (waaronder de te gebruiken materialen en de montage),
  • technische regels voor specieke objecten.


Voor het nemen van maatregelen tegen blikseminslag moet veel aandacht besteed worden aan het bepalen van de noodzaak van de maatregelen. Bij de opslag van explosieve of brandgevaarlijke stoffen is het duidelijk dat maatregelen nodig zijn, maar er zijn ook objecten die maar een geringe kans op inslag hebben of maar weinig schade zullen ondervinden. Hierbij kunnen bijvoorbeeld financiële overwegingen meetellen. Ook psychologische factoren spelen een belangrijke rol: wie wil er tenslotte in de buurt zijn van een onbeveiligd object tijdens onweer?
De norm geeft een methode om op basis van diverse factoren de noodzaak van bliksembeveiliging per object te bepalen.

Ook bij uitbreidingen of wijziging van objecten moet steeds opnieuw weer worden nagedacht over het nemen van maatregelen (ook van objecten in de buurt). Dit kan o.a. zijn bij het vernieuwen van dakbedekking, het plaatsen van materieel op daken en gevels, het uibreiden van computersystemen enz.

Blikseminstallaties moeten volgens NEN 1014 of NEN-EN-IEC-62305 geïnspecteerd worden bij oplevering, herstelling of wijziging van de installatie of van het beveiligde object. Tevens moet de installatie periodiek (om de 1 tot 5 jaar) gecontroleerd worden afhankelijk van het belang van beveiliging en de omstandigheden waarin het te beveiligen object zich bevindt.
De eisen aan de deskundigheid van degene die de inspectie uitvoert, de te inspecteren punten en documentatie van de inspectie worden beschreven in de normen.


Is de naleving van de NEN 1014 en NEN-EN 62305 verplicht?


De naleving van NEN 1014 en NEN-EN-IEC 62305 is verplicht:

  • indien dit door de wet wordt geregeld; Te denken valt aan de Monumentenwetgeving, Mijnwetgeving, Milieuwetgeving.
  • Op grond van de Arbo-wet dient de werkgever te zorgen voor een veilige en gezonde werkplek voor zijn werknemers (dus ook tijdens onweer!). Aangeraden wordt bij het nemen van veiligheidsmaatregelen kritisch te bekijken of NEN 1014/ NEN-EN-IEC 62305 toegepast moet worden. Bij eventuele ongevallen door blikseminslag zal de werkgever moeten aantonen dat hij toch voldaan heeft aan zijn zorgplicht. Indien een norm is toegepast kan dit als bewijslast dienen (normen worden gezien als erkende regels der techniek).
  • indien in een andere verplichte norm naar NEN 1014 wordt verwezen;
  • Indirect kan echter geëist worden dat bijvoorbeeld NEN 1010 in combinatie met NEN 1014/NEN-EN-IEC 62305 wordt toegepast door o.a. EnergieNed.
  • indien dit door middel van een overeenkomst is bepaald (let bijvoorbeeld op de verzekeringsvoorwaarden, de bouwvergunning, etc.)



Relatie met NEN 1010


De (uitwendige) blikseminstallatie moet worden uitgevoerd volgens NEN 1014/NEN-EN-IEC62305. Deze schrijven voor dat de bliksembeveiligingsinstallaties moeten zijn voorzien van een eigen aardingssysteem.
Indien dit aardingssysteem ook dienst doet als veiligheidsaarding van een laagspanningsinstallatie, moet het aardingsysteem behalve aan NEN 1014/NEN-EN-IEC 62305 ook voldoen aan NEN 1010.


Tijdens blikseminslag op of in de omgeving van de blikseminstallatie kunnen potentiaalverschillen optreden tussen delen van de blikseminstallatie en metalen delen in de omgeving (leidingen van CV-installaties, PTT-kabels, water- en gasleidingen enz.) of elektrische installaties. Hierdoor kan afslag (overspringen van een ontlading) optreden en gevaarlijk hoge spanningen ontstaan.
Om afslag en potentiaalverschillen te voorkomen wordt potentiaalvereffening toegepast. Hierbij worden alle onderdelen van geaarde installaties en metalen delen met de blikseminstallaties verbonden volgens NEN 1010.

Copyright © 2018 Jans Beveiligingen Bliksembeveiliging. Alle rechten voorbehouden.
Website design by Novato